
Elk hostingpakket noemt zichzelf snel en strooit met termen als NVMe, LiteSpeed en PHP-workers, maar zelden staat erbij wat ze voor jouw site betekenen. Snelle WordPress hosting bestaat uit NVMe-opslag, een webserver met ingebouwde caching zoals LiteSpeed, voldoende PHP-workers en geheugen per site, een actuele PHP-versie, object caching voor de database en een datacenter dicht bij je bezoekers. Ik loop ze hieronder een voor een met je door, met hoe je zelf controleert of je hosting ze echt levert. Wil je eerst de basis, lees dan wat managed WordPress hosting is.
Wat maakt WordPress hosting snel?
Snelle WordPress hosting is hosting waarbij de server elke pagina snel opbouwt, of hem direct uit de cache serveert zodat hij helemaal niet opgebouwd hoeft te worden. Dat onderscheid is de sleutel tot alles wat volgt. WordPress maakt een pagina bij elk bezoek opnieuw met PHP en een reeks databasequery’s, en elk onderdeel van de hosting bepaalt hoe snel dat gaat of hoe vaak het überhaupt nodig is. In de tabel zie je per onderdeel wat het doet en hoe je het nagaat.
| Onderdeel | Wat het doet | Hoe je het controleert |
|---|---|---|
| NVMe-opslag | Leest bestanden en databaseregels sneller dan een SATA SSD | Pakketspecificaties |
| Webserver met caching | Serveert opgebouwde pagina’s zonder PHP en database | Vraag welke webserver draait |
| PHP-workers en geheugen | Handelen niet-gecachte verzoeken tegelijk af | Vraag het je hostingpartij |
| PHP-versie en OPcache | Voeren de code van WordPress sneller uit | Extra > Sitediagnose |
| Object caching | Bewaart databaseresultaten in het werkgeheugen | Vraag of Redis beschikbaar is |
| Datacenter | Beperkt de reistijd van elk verzoek (latency) | Vraag de locatie |
NVMe-opslag en een webserver met ingebouwde caching
NVMe is een opslagtechniek waarbij de schijf direct op de snelle verbinding van de server zit, in plaats van via de oudere SATA-aansluiting van een gewone SSD. Voor WordPress telt dat meer dan je zou denken. Bij elke pagina leest de server tientallen kleine bestanden en databaseregels, en juist bij die vele kleine leesacties is het verschil merkbaar. Bij een gecachte pagina merk je er minder van, bij een winkelwagen meer. Wij hebben die keuze zelf ook gemaakt, lees waarom we volledig zijn overgestapt op NVMe.
De webserver is het programma dat verzoeken van bezoekers aanneemt en beantwoordt. Apache is de bekendste en wordt veel gebruikt, maar heeft geen ingebouwde paginacache. NGINX en LiteSpeed zijn op dat punt sterker, en LiteSpeed heeft paginacaching op serverniveau die direct samenwerkt met de plugin LiteSpeed Cache. Een gecachte pagina is als een vooraf ingepakte boodschappentas. De kassa hoeft niets meer te scannen, je geeft hem gewoon mee. PHP en de database worden dan niet aangesproken. Het meest voorkomende probleem dat ik zie, is twee cachingplugins tegelijk. Kies één cachingoplossing en laat de rest weg, anders zitten ze elkaar in de weg. Meer achtergrond vind je bij de soorten caching in WordPress.
PHP-workers en geheugen bepalen hoeveel bezoekers tegelijk kunnen
Een PHP-worker is een proces op de server dat één verzoek tegelijk afhandelt dat niet uit de cache kan komen. Zie het als de kassa’s in een supermarkt. Zijn er te weinig open, dan groeit de rij, hoe snel de mensen achter de kassa ook werken. Zijn alle workers bezet, dan wachten bezoekers of krijgen ze een foutmelding met statuscode 503. Een brochuresite merkt daar weinig van, want bijna alles komt uit de cache. Een WooCommerce-webshop wel, omdat de winkelwagen en de checkout nooit gecacht worden. Hetzelfde geldt voor ledensites, sites met veel ingelogde gebruikers en interne zoekfuncties.
Mijn advies bij het vergelijken is daarom altijd hetzelfde. Kijk niet naar het aantal gigabytes opslag, maar naar PHP-workers en de webserver. Daar zit het verschil tussen een snelle en een trage webshop. Ook het geheugen per site telt, want zware plugins hebben ruimte nodig om zonder foutmelding te draaien. Op goedkope shared hosting deel je workers en geheugen vaak met andere sites, en sommige aanbieders zetten meer sites op een server dan die eigenlijk aankan (overselling). Vraag daarom naar resource-isolatie, bijvoorbeeld met CloudLinux en CageFS, zodat een drukke buursite jouw site niet meesleept. Draai je een webshop, dan is er ook managed WooCommerce hosting die op dat soort verkeer is ingericht.
Een actuele PHP-versie en object caching
Een actuele PHP-versie voert dezelfde code van WordPress sneller en veiliger uit dan een oude versie. Daar zit nog een laag onder. OPcache bewaart gecompileerde PHP-code in het geheugen, zodat de server die niet bij elk bezoek opnieuw hoeft te vertalen. Op een goede server staat dat gewoon aan. Hoe je veilig overstapt naar een nieuwere versie, lees je in PHP-versie updaten. De PHP-versie, plugins en het thema bijhouden is geen eenmalige klus maar hoort bij het WordPress beheer van je site.
Object caching is het bewaren van resultaten van databasequery’s in het werkgeheugen, meestal met Redis. Waar paginacaching ophoudt, bij webshops en ingelogde gebruikers, neemt object caching het over. De database hoeft dan niet steeds dezelfde vraag opnieuw te beantwoorden. De database zelf telt ook mee. WordPress adviseert MySQL 8.0 of MariaDB 10.11 en hoger, en een opgeblazen tabel wp_options vertraagt elke pagina, ongeacht de server. Drukke webshops die object caching met Redis nodig hebben, kiezen bij ons voor eigen resources met managed cloud hosting. Meer uitleg staat in object caching en Redis.
Zo test je of je hosting snel is
Of je hosting snel is, meet je aan de reactietijd van de server op echte pagina’s, niet aan de specificaties op de prijspagina. Dit is de volgorde die ik zelf aanhoud.
- Meet de Time to First Byte (TTFB), de tijd tot de server de eerste byte terugstuurt, in PageSpeed Insights. TTFB is geen Core Web Vital, maar een trage server vertraagt wel je Largest Contentful Paint (LCP). Volgens web.dev is 0,8 seconde of minder goed en boven 1,8 seconde slecht, als richtwaarde.
- Meet meerdere keren en op meerdere pagina’s van een gevulde site, vanaf een vaste locatie, en neem de mediaan. GTmetrix en WebPageTest werken ook.
- Test een niet-gecachte pagina, zoals de winkelwagen of een pagina waarop je ingelogd bent.
- Controleer je PHP-versie via Extra > Sitediagnose in WordPress.
- Vraag je hostingpartij naar het aantal PHP-workers, het geheugen per site en de locatie van het datacenter.
De snelste WordPress hosting bestaat niet op papier, je meet hem. Wat we bij Surver standaard doen, zie je terug in die eerste meting. Onze shared pakketten draaien op LiteSpeed-servers met NVMe-opslag en LiteSpeed Cache, OPcache staat aan en accounts zijn afgeschermd met CloudLinux en CageFS. De PHP-versie kies je zelf via cPanel > Select PHP Version, van 7.4 tot en met 8.5. Redis voor object caching zit in Surver Cloud, en onze datacenters staan binnen Europa. Alles over de pakketten vind je bij onze managed WordPress hosting.
Veelgestelde vragen
Hoeveel PHP-workers heb ik nodig?
Dat hangt af van het aantal gelijktijdige verzoeken dat buiten de cache valt. Een brochuresite heeft er weinig nodig, een drukke WooCommerce-webshop met veel bezoekers in de checkout meer. Zie je bij piekdrukte foutmeldingen of trage pagina’s terwijl de cache aanstaat, vraag dan je hostingpartij hoeveel workers je hebt en of dat genoeg is.
Maakt de locatie van het datacenter uit?
Binnen Europa is het verschil voor Nederlandse bezoekers klein, want de afstand en dus de latency blijven beperkt. Pas bij een wereldwijd publiek wordt afstand merkbaar en helpt een CDN. Lees wanneer een CDN zin heeft. De datacenters van Surver staan binnen Europa.
Lost snellere hosting een trage site altijd op?
Nee. Hosting is het fundament, maar een zwaar thema, te veel plugins of grote afbeeldingen maken ook de snelste server traag. Lees waarom je WordPress-website traag is en de gids WordPress sneller maken. Bij Surver kijkt support mee waar de vertraging zit, en met WordPress snelheid optimalisatie pakken we de site zelf aan.